ECLI:NL:RBDHA:2023:18983
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense ontheemde ongegrond verklaard
Eiser, afkomstig uit Oekraïne, had op 20 oktober 2022 asiel aangevraagd in Nederland en kwam in aanmerking voor tijdelijke bescherming op basis van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. De staatssecretaris maakte op 30 juni 2023 het voornemen bekend om de tijdelijke bescherming van eiser per 4 september 2023 te beëindigen, waarna eiser zijn zienswijze indiende. De staatssecretaris stelde dat de beëindiging gerechtvaardigd was omdat eiser tot de facultatieve groep derdelanders behoort die niet langer onder de doelgroep van de Richtlijn vallen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris bevoegd was deze tijdelijke bescherming te beëindigen en dat het onderscheid tussen de facultatieve groep en de hoofddoelgroep van de Richtlijn gerechtvaardigd is. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van ongelijke behandeling of een gelijke beschermingsbehoefte. Voorts is geoordeeld dat de staatssecretaris niet verplicht was tot een individueel gehoor voorafgaand aan het besluit, hetgeen niet onzorgvuldig is voorbereid.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A. Hoekstra op 5 december 2023 te Groningen. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.