ECLI:NL:RBDHA:2023:18969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning en oplegging terugkeerbesluit wegens gevaar voor openbare orde
Eiser, een Eritrese asielzoeker, werd in 2015 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. Na een veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag op zijn ex-partner in mei 2021, introk de staatssecretaris zijn vergunning met terugwerkende kracht en legde een terugkeerbesluit en tienjarige inreisverbod op.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de intrekking van de vergunning terecht was gemotiveerd op basis van het ernstige misdrijf en het gevaar voor de openbare orde. De rechtbank verwierp het verzoek om de prejudiciële vragen van het Hof van Justitie af te wachten, omdat de motivering van de staatssecretaris voldoende was.
Verder concludeerde de rechtbank dat de belangenafweging tussen het familieleven van eiser met zijn minderjarige kinderen en het belang van de openbare orde in Nederland in het nadeel van eiser uitvalt. Het recidivegevaar en de ernst van het misdrijf wegen zwaarder dan het belang van eiser bij verblijf.
Ten slotte werd het terugkeerbesluit bevestigd, waarbij de rechtbank aanvaardde dat gedwongen uitzetting momenteel niet mogelijk is vanwege het non-refoulementbeginsel, maar dat de vertrekplicht blijft bestaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het terugkeerbesluit met inreisverbod wordt ongegrond verklaard.