ECLI:NL:RBDHA:2023:18541
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens overschrijding maximale duur Dublinoverdracht
Eiser werd op 16 november 2022 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgeheven op 5 januari 2023. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.
De rechtbank toetste de bewaring aan artikel 28 van Pro de Dublinverordening en het arrest Khir Amayry van het Hof van Justitie van de EU. Uit dit arrest volgt dat de bewaring zo kort mogelijk moet duren en in principe niet langer dan zes weken mag zijn, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De rechtbank constateerde dat de geplande overdracht aan Italië op 21 november 2022 en 12 december 2022 niet doorging door handelen dat aan verweerder is toe te rekenen. Vanaf 6 december 2022 bestond een tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel door Italië, maar dit maakte niet dat overdracht onmogelijk was. Verweerder heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de duur van het beletsel en heeft stilgezeten.
De bewaring duurde vanaf 6 december 2022 langer dan noodzakelijk en was daarom onrechtmatig. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €3.100 voor 31 dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €1.674.
Uitkomst: De bewaring van eiser was vanaf 6 december 2022 onrechtmatig en de Staat is veroordeeld tot betaling van €3.100 schadevergoeding en €1.674 proceskosten.