ECLI:NL:RBDHA:2023:18468
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne niet onrechtmatig
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek tot voorlopige voorziening op 24 november 2023. Eiseres verzocht om uitstel van de beslissing tot de Raad van State uitspraak zou doen in een soortgelijke zaak, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de rechtbank haar taak in eerste aanleg moet vervullen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris bevoegd was de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep, waaronder eiseres valt, te beëindigen. De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel zijn geschonden en dat er sprake zou zijn van willekeur of onrechtmatige onderscheid.
De beëindiging was voorzienbaar en aangekondigd in een Kamerbrief van juli 2022. Eiseres maakte niet aannemelijk dat haar ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan die het vertrouwensbeginsel zouden rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.