Uitspraak
2.3 Administratie
3.Inkomstenbelasting
6.Overzicht correcties
naam en referentienummer eiser]
Rechtbank Den Haag
Eiser, firmant van een coffeeshop, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2015 tot en met 2018, inclusief vergrijpboetes en belastingrente. Verweerder baseerde correcties op waarnemingen ter plaatse (WTP's) en stelde dat omzet was verzwegen. Eiser voerde aan dat de vereiste aangifte was gedaan en dat de correcties onterecht waren.
De rechtbank onderzocht de administratie van eiser, die contante betalingen zonder kassasysteem omvatte en onvolkomenheden vertoonde, zoals foutieve boekingen en oncontroleerbare voorraadadministratie. Hoewel de administratie niet voldeed aan de wettelijke eisen, concludeerde de rechtbank dat de schattingen van verweerder op basis van korte en beperkte WTP's onvoldoende waren om een redelijke schatting van de omzet te maken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet overtuigend had aangetoond dat omzet was verzwegen en vernietigde daarom de opgelegde vergrijpboetes. Het belastbaar inkomen uit werk en woning werd in goede justitie vastgesteld op lagere bedragen dan door verweerder voorgesteld. De belastingrente werd dienovereenkomstig verminderd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boetes en stelt het belastbaar inkomen in goede justitie vast, waarbij de navorderingsaanslagen worden verminderd.