ECLI:NL:RBDHA:2023:18312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne niet onrechtmatig
Eiseres, een derdelander die rechtmatig in Oekraïne verbleef, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld aan de hand van de toepasselijke Europese Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin werd bevestigd dat de staatssecretaris bevoegd is de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep, waaronder eiseres valt, te beëindigen. Tevens is geoordeeld dat de beëindiging niet in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en dat een voornemenprocedure volstaat zonder individueel gehoor.
Eiseres stelde dat de bescherming ook zou moeten gelden voor derdelanders die rechtmatig in Oekraïne verbleven, maar de rechtbank oordeelde dat de Richtlijn en het Uitvoeringsbesluit dit niet beogen. De bescherming is beperkt tot de in het Uitvoeringsbesluit genoemde categorieën. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard.