ECLI:NL:RBDHA:2023:18220
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens vermeende vooringenomenheid rechter
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die zijn verzoek tot aanhouding van een zitting in een bestuursrechtelijke hoofdzaak had afgewezen. Verzoeker stelde dat hij vanwege medische redenen niet kon verschijnen en geen technische middelen had voor een videoverbinding. Hij stelde dat de afwijzing van het aanhoudingsverzoek in strijd was met zijn grondrechten.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid, wat niet het geval is bij een rechter die een inhoudelijke beslissing neemt. Een rechterlijke beslissing kan niet als grond voor wraking dienen, omdat wraking geen verkapt rechtsmiddel is. Het oordeel over de juistheid van de beslissing behoort toe aan de rechter die de hoofdzaak behandelt.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek ongegrond is en dat er geen reden is voor een mondelinge behandeling. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen omdat een rechterlijke beslissing geen grond voor wraking vormt en er geen objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid bestaat.