ECLI:NL:RBDHA:2023:17983
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders Oekraïne door staatssecretaris
Eiser, een Algerijnse derdelander, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023. Na een zienswijze en een eerdere voorlopige voorziening waarbij eiser als begunstigde werd aangemerkt, is het beroep inhoudelijk behandeld.
De rechtbank beoordeelde of het bestreden besluit adequaat reageerde op de zienswijze van eiser en concludeerde dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom de zienswijze niet werd gevolgd, onder meer over de uitleg van Unierecht, de facultatieve aard van de bescherming en het beginsel van gelijke behandeling.
Verder bevestigde de rechtbank de bevoegdheid van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming van de facultatieve groep te beëindigen, zoals eerder geoordeeld in een uitspraak van 30 oktober 2023. De argumenten van eiser boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter A.W. Wassink en griffier E.A. Ruiter op 22 november 2023 in Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard.