ECLI:NL:RBDHA:2023:17978
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne door staatssecretaris
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar tijdelijke bescherming als gevolg van de Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit EU 2022/382 te beëindigen per 4 september 2023. Haar asielaanvraag was eerder buiten behandeling gesteld en zij had een zienswijze ingediend tegen het voorgenomen besluit.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit een adequate reactie bevatte op de zienswijze van eiseres. De rechtbank stelde vast dat de stellingen van eiseres voldoende waren weergegeven en dat de staatssecretaris gemotiveerd had uitgelegd waarom de tijdelijke bescherming kon worden beëindigd en waarom het beroep op gelijke behandeling niet slaagde.
Eiseres voerde aan dat de staatssecretaris niet bevoegd was om de tijdelijke bescherming van de facultatieve groep te beëindigen, maar de rechtbank bevestigde de eerdere uitspraak dat de staatssecretaris wel degelijk bevoegd is. De overige betogen van eiseres boden geen grond voor een ander oordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter A.W. Wassink en griffier E.A. Ruiter en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.