ECLI:NL:RBDHA:2023:17870
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid identiteit en vrees voor besnijdenis
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vrees voor besnijdenis en mogelijke dood door haar vader en diens familie. De staatssecretaris wees haar aanvraag af als kennelijk ongegrond, waarbij hij twijfels had over de geloofwaardigheid van haar identiteit en haar verklaringen over de vrees voor besnijdenis.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar identiteit en herkomst juist zijn, mede omdat zij slechts een kopie van haar paspoort overlegde die niet op echtheid kon worden onderzocht. Daarnaast waren er inconsistenties in haar verklaringen over haar persoonsgegevens en leeftijd. De rechtbank vond het terecht dat de staatssecretaris deze gegevens betrok bij zijn besluit.
Ook achtte de rechtbank de verklaringen van eiseres over haar vrees voor besnijdenis ongeloofwaardig, onder meer vanwege summiere toelichting, tegenstrijdigheden over de leeftijd waarop de besnijdenis zou plaatsvinden, en het feit dat zij haar dochter bij haar vader heeft achtergelaten ondanks haar vrees.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag terecht heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen verblijfsvergunning en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van identiteit en vrees voor besnijdenis.