ECLI:NL:RVS:2020:1684
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende identiteitsbewijs
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 augustus 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af wegens onvoldoende bewijs van identiteit. De vreemdeling stelde dat zij de echtgenote was van een referent met asielvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat de staatssecretaris het huwelijk had moeten beoordelen en partijen had moeten horen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij het huwelijk had moeten beoordelen, omdat de vreemdeling haar identiteit niet aannemelijk had gemaakt. De Afdeling bevestigde dat het overleggen van een kopie van een Eritrees paspoort zonder echtheidscontrole onvoldoende is, zeker gezien het ambtsbericht dat stelt dat een identiteitskaart vereist is voor paspoortuitgifte. Ook het overgelegde huwelijksdocument ontbrak aan identificerende kenmerken.
Verder oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris zijn hoorplicht niet had geschonden, omdat het horen achterwege kon blijven als redelijkerwijs geen andersluidend besluit te verwachten was. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt toegewezen, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard.