ECLI:NL:RBDHA:2023:17473
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen kennelijke ongegrondverklaring beroep wegens beslistermijn in vreemdelingenzaak ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak heeft de rechtbank Den Haag op 11 september 2023 het beroep van opposante kennelijk ongegrond verklaard, waarbij zij verweerder heeft opgedragen binnen twintig weken een besluit te nemen op haar aanvraag, met een dwangsom bij overschrijding.
Opposante heeft hiertegen verzet ingesteld, stellende dat eerst nader onderzoek naar de stand van zaken had moeten plaatsvinden alvorens een beslistermijn van twintig weken werd opgelegd, verwijzend naar de Gezinsherenigingsrichtlijn. De rechtbank heeft het verzet behandeld zonder zitting en overwogen dat verzet zich beperkt tot de vraag of de vereenvoudigde behandeling terecht is toegepast.
De rechtbank concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat verweerder al met de behandeling van de aanvraag is begonnen en dat het opleggen van een beslistermijn van twintig weken gerechtvaardigd is om partijen duidelijkheid te verschaffen. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van 11 september 2023 blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de oplegging van een beslistermijn van twintig weken blijft gehandhaafd.