Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:17468

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 november 2023
Publicatiedatum
15 november 2023
Zaaknummer
NL23.22429
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 31, eerste lid Vreemdelingenwet 2000Art. 30b, eerste lid Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek wegens gebrek aan aannemelijk risico bij terugkeer naar Marokko

Eiseres, een Marokkaanse vrouw, heeft asiel aangevraagd in Nederland wegens vrees voor haar familie na seksueel misbruik door een neef en haar verwestering. Zij stelt verstoten te zijn door haar familie en geen bescherming te kunnen vragen van de Marokkaanse autoriteiten vanwege haar familiebanden met het koningshuis.

De staatssecretaris heeft haar asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat Marokko als veilig land van herkomst wordt beschouwd en eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico loopt bij terugkeer. De rechtbank bevestigt dit oordeel na behandeling van het beroep.

De rechtbank overweegt dat eiseres weliswaar seksueel misbruikt is, maar niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij hierdoor of door haar verwestering een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Ook is onvoldoende gebleken dat zij vanwege psychische problemen niet in staat was haar verhaal te doen, zodat nader onderzoek niet noodzakelijk was.

Verder acht de rechtbank het niet aannemelijk dat eiseres in de tussenliggende jaren problemen heeft ondervonden van haar familie. De enkele verklaring over tatoeages en het niet dragen van een hoofddoek is onvoldoende om een risico aan te nemen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er volgt geen proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.22429

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.C.W. van der Zanden),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.R. Vreijsen).

Procesverloop

Bij besluit van 31 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 19 oktober 2023 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen L. Totosashvili. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben. Eiseres heeft asiel aangevraagd in Nederland.
2. Zij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat zij bij terugkeer naar Marokko vreest voor haar familie. Eiseres is in Marokko misbruikt door een neef. Daarnaast is zij verwesterd. Eiseres is verstoten door haar familie en kan daarom niet terugkeren naar Marokko. Eiseres behoort tot een rijke familie met banden met het koningshuis van Marokko. Zij kan daarom aan de Marokkaanse autoriteiten geen bescherming vragen.
3. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond. [1] Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Verweerder volgt dat eiseres seksueel is misbruikt, echter verweerder volgt niet dat zij als gevolg daarvan te vrezen heeft voor haar familie bij terugkeer naar Marokko. Bovendien is Marokko een veilig land van herkomst. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat dat voor haar niet het geval is en/of dat zij geen bescherming kan inroepen van de Marokkaanse autoriteiten in het geval van voorkomende problemen.
4. Eiseres kan zich met het bestreden besluit niet verenigen. Zij voert aan dat van haar niet verwacht kan worden dat zij voor haar familie verbergt dat zij misbruikt is door haar neef. Er is wel degelijk sprake van een causaal verband tussen het misbruik en haar vlucht uit Marokko. Omdat eiseres minderjarig was kon zij niet eerder vluchten. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van seksueel misbruik moeite hebben met het doen van hun verhaal. Verweerder had daarom forensisch medisch onderzoek moeten doen en eiseres aanvullend moeten horen alvorens een beslissing te nemen op de asielaanvraag. Zij beroept zich in dit verband op de werkinstructie 2016/4 en een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Den Bosch van 15 juli 2020. [2] Verder stelt eiseres dat zij is verwesterd: zij draagt geen hoofddoek meer en heeft een tatoeage. Ook daarom vreest zij bij terugkeer voor haar familie. Tot slot kan zij geen bescherming inroepen van de Marokkaanse autoriteiten omdat haar vader nauw verbonden is met de koning van Marokko.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. Niet in geschil is dat Marokko een veilig land van herkomst is en dat gelet daarop een algemeen rechtsvermoeden bestaat dat eiseres bij de Marokkaanse autoriteiten terecht kan voor bescherming tegen de gestelde problemen.
6. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 van Pro het EVRM. [3] Verweerder heeft in dat verband kunnen overwegen dat eiseres vaag en summier heeft verklaard over haar gestelde vrees voor haar familie. Eiseres heeft pas in de correcties en aanvullingen van 30 juli 2023 op het gehoor van 26 juli 2023 verteld waarom zij niet kan terugkeren naar Marokko. Eiseres heeft daarbij gesteld dat zij vanaf haar vijfde tot haar elfde levensjaar in Marokko seksueel is misbruikt door haar neef. Uit het bestreden besluit blijkt dat verweerder deze verklaring volgt.
7. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij tijdens het gehoor aanmeldfase als gevolg van psychische problemen niet voldoende in staat was om over haar problemen te verklaren en dat verweerder om die reden nader (forensisch medisch) onderzoek had moeten verrichten. Allereerst heeft eiseres geen stukken overgelegd waaruit haar gestelde psychische problemen blijken. Daarnaast heeft eiseres in het gehoor [4] verklaard dat zij in februari 2023 is gestopt met de behandeling voor haar medische klachten omdat zij zich beter voelde. Dat slachtoffers van seksueel misbruik in het algemeen moeite kunnen hebben om over dit misbruik te verklaren, neemt vervolgens niet weg dat eiseres in de correcties en aanvulling alsnog over het misbruik heeft verteld en dat verweerder dit misbruik volgt. Gelet hierop bestond in zoverre dan ook geen reden voor nader (forensisch medisch) onderzoek. Het beroep van eiseres op de WI 2016/4 en de door haar genoemde uitspraak van de rechtbank faalt daarom.
8. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij als gevolg van het geloofwaardig geachte misbruik bij terugkeer naar Marokko te vrezen heeft. Daarbij wijst verweerder er ook terecht op dat eiseres pas op haar twintigste, zo’n negen jaar na het misbruik, is vertrokken uit Marokko met als doel om te gaan studeren in het buitenland. Daarnaast is niet gesteld of gebleken is dat eiseres in de tussenliggende tijd problemen heeft ondervonden van de zijde van haar familie.
9. Verweerder overweegt evenmin ten onrechte dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij als gevolg van verwestering te vrezen heeft bij terugkeer naar Marokko. Verweerder overweegt in dat verband terecht dat eiseres over de door haar gestelde verwestering in het gehoor niet concreet heeft verklaard. Ook in beroep heeft eiseres hierover geen duidelijke verklaringen afgelegd. De enkele verklaring dat zij een tatoeage heeft of dat zij geen hoofddoek draagt, betekent nog niet dat zij in Marokko het risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Dat dit voor haar persoonlijk anders zou zijn, omdat haar familie haar verwesterde levenswijze niet accepteert en zo invloedrijk is dat zij geen bescherming zal kunnen vragen bij de Marokkaanse autoriteiten heeft eiseres niet aannemelijk weten te maken, zo stelt verweerder niet ten onrechte in het bestreden besluit.
10. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser daarom terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.
11. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b van de Vw.
3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
4.Verslag gehoor veilig land van herkomst van 26 juli 2023.