ECLI:NL:RBDHA:2023:17412
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende op 14 februari 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 17 juli 2022. De staatssecretaris nam op 10 mei 2023 een inwilligend besluit op de aanvraag. Hierna trok verzoeker het beroep in en vroeg om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn van zes maanden rechtsgeldig was verlengd met negen maanden op grond van het WBV 2022/22, zoals bevestigd in een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RBDHA:2023:6050). Hierdoor was de ingebrekestelling van 26 januari 2023 prematuur en het beroep niet ontvankelijk.
Omdat het beroep niet ontvankelijk was, was er geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.