ECLI:NL:RBDHA:2023:16934
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank Den Haag heeft op 8 november 2023 het beroep behandeld van een Algerijnse asielzoeker tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Slovenië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. De asielzoeker was niet aanwezig bij de zitting, maar zijn gemachtigde was wel vertegenwoordigd.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk is, ondanks dat de asielzoeker tijdelijk met onbekende bestemming was vertrokken, omdat hij zich later weer had gemeld. Vervolgens werd het interstatelijk vertrouwensbeginsel besproken; de rechtbank concludeerde dat Nederland terecht mag vertrouwen op de naleving van verdragsverplichtingen door Slovenië. Er was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de asielzoeker bij terugkeer naar Slovenië een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of refoulement.
Daarnaast beriep de asielzoeker zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening vanwege zijn verslavingsproblematiek en het ontbreken van adequate medische zorg in Slovenië. De rechtbank stelde dat de staatssecretaris terecht geen aanleiding zag om de asielaanvraag zelf in behandeling te nemen, omdat passende medische zorg in Slovenië wordt verondersteld aanwezig te zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de staatssecretaris. De asielzoeker kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar gemaakt en bevat informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.