ECLI:NL:RBDHA:2023:16720
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Tijdens de zitting op 6 oktober 2023 verschenen alleen de gemachtigde van de staatssecretaris; eiser en zijn gemachtigde waren afwezig.
De rechtbank onderzocht of eiser nog belang had bij de behandeling van het beroep. Uit vaste rechtspraak volgt dat wanneer een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder de staatssecretaris te informeren over zijn verblijfplaats, wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op de bescherming. Dit geldt tenzij de gemachtigde kan aantonen dat er nog contact is en dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft.
De staatssecretaris informeerde de rechtbank dat eiser op 21 september 2023 met onbekende bestemming uit de opvang is vertrokken. De gemachtigde gaf aan geen contact meer te hebben met eiser en niet te weten of hij nog in Nederland is. De rechtbank concludeerde dat eiser geen belang meer heeft bij de procedure en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belang meer heeft bij de behandeling.