Eisers hebben op 31 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familieleden in het kader van nareis. Nadat de staatssecretaris niet tijdig had besloten, stelden eisers hem op 4 mei 2023 in gebreke en dienden zij op 28 juni 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, is overschreden. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn sprake is van een bijzonder geval en stelt een nieuwe termijn voor het nemen van een besluit vast: acht weken, tenzij nader onderzoek noodzakelijk is, dan twintig weken.
Daarnaast legt de rechtbank een bestuurlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442. Omdat de aanvragen samenhang vertonen, wordt slechts één dwangsom opgelegd. Tevens veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van €418,50.