ECLI:NL:RBDHA:2023:16417
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en afwijzing wijziging verblijfsdoel wegens onvoldoende bewijs huiselijk geweld
Eiseres, met Marokkaanse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning als partner van haar toenmalige referent. Na melding van verbreking relatie is haar vergunning met terugwerkende kracht ingetrokken. Tevens werd haar aanvraag tot wijziging van verblijfsdoel naar niet-tijdelijke humanitaire gronden afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat huiselijk geweld de relatie beëindigde.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking terecht is omdat de relatie feitelijk was verbroken en eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat huiselijk geweld de oorzaak was. De overgelegde politiemeldingen zijn summier en deels na beëindiging relatie. De verklaringen van eiseres tijdens de hoorzitting zijn tegenstrijdig en onvoldoende om het beleid te doorbreken.
Verder is niet gebleken dat terugkeer naar Marokko onaanvaardbare risico's oplevert, noch dat artikel 8 EVRM Pro wordt geschonden. De rechtbank verklaart beide beroepen ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Verweerder wordt veroordeeld tot proceskosten wegens gebrekkige besluitvorming die pas na beroep werd hersteld.
Uitkomst: De beroepen tegen intrekking verblijfsvergunning en afwijzing wijziging verblijfsdoel worden ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.