ECLI:NL:RBDHA:2023:16352
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afgeleid verblijfsrecht moeder bij meerderjarige zoon niet toegekend wegens ontbreken uitzonderlijke afhankelijkheid
Eiseres, een vrouw met de Maleisische nationaliteit, verzocht om een EU/EER-verblijfsdocument op basis van afgeleid verblijfsrecht volgens artikel 20 van Pro het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez, omdat zij bij haar meerderjarige zoon, een Nederlandse burger, wilde verblijven.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij werd overwogen dat het arrest K.A. uitzonderlijke situaties van afhankelijkheid tussen meerderjarige familieleden vereist om een afgeleid verblijfsrecht toe te kennen. In deze zaak was geen sprake van een dergelijke uitzonderlijke afhankelijkheid.
De zoon woont zelfstandig, studeert en heeft een bijbaan, wat wijst op zelfstandigheid. De door eiseres aangevoerde taal- en cultuurbarrière en de emotionele en financiële afhankelijkheid werden onvoldoende aannemelijk geacht. Ook de overgelegde verklaringen van familieleden en een acupunctuurbehandelaar boden geen objectief bewijs van onlosmakelijke afhankelijkheid.
De rechtbank concludeerde dat eiseres geen afgeleid verblijfsrecht heeft en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een uitzonderlijke afhankelijkheid die afgeleid verblijfsrecht rechtvaardigt.