Uitspraak
Vernietiging erkenning, vervangende toestemming erkenning, gezag, omgang
Beschikking op het op 13 december 2022 ingekomen verzoekschrift van:
[naam01] ,
[naam02] ,
[naam03] ,
[minderjarige01] , geboren op [geboortedatum01] 2022 te [geboorteplaats01] ,
Procedure
Feiten
- De man en de moeder hebben in de periode dat [minderjarige01] is verwekt geslachtsgemeenschap gehad.
- Uit de moeder is op [geboortedatum01] 2022 [minderjarige01] geboren.
- De juridische vader, met wie de moeder 13 jaar een relatie heeft, heeft [minderjarige01] met toestemming van de moeder erkend op [datum01] 2022. De ouders hebben gekozen voor de geslachtsnaam [geslachtsnaam01]
- De juridische vader en de moeder oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige01] uit.
- De juridische vader en de moeder hebben samen nog twee dochters van twaalf en negen jaar oud.
- [minderjarige01] verblijft bij de juridische vader en de moeder.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 10 januari 2023 is mr. [bijzondere curator01] voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.
- Bij beschikking van 13 februari 2023 van deze rechtbank is een voorlopige omgangsregeling tussen de man en [minderjarige01] vastgesteld waarbij [minderjarige01] bij de man verblijft elke vrijdag van 10.00 uur tot 14.00 uur.
Verzoek en verweer
- verklaring voor recht dat de erkenning van [minderjarige01] door de juridisch vader nietig is;
- verlenen van vervangende toestemming aan de man, welke de toestemming van de moeder vervangt, om [minderjarige01] te erkennen;
- verklaring voor recht dat de juridisch vader nooit gezag over [minderjarige01] heeft gehad;
- bepaling dat de man samen met de moeder wordt belast met het gezamenlijk gezag over [minderjarige01] ;
- vaststelling van een omgangs- c.q. zorgregeling waarbij [minderjarige01] bij de man is:
Beoordeling
- omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
- de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
- het kind dat twaalf jaar of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen de omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of
- omgang anderszins in strijd is met de zwaarwegende belangen van het kind.