ECLI:NL:RBDHA:2023:16068
Rechtbank Den Haag
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 beoordeeld. De maatregel was opgelegd op 12 augustus 2023 en eerder getoetst bij uitspraak van 29 augustus 2023. De staatssecretaris heeft de bewaring op 6 september 2023 opgeheven en direct aansluitend een nieuwe maatregel opgelegd.
De rechtbank heeft zich gericht op de rechtmatigheid van de bewaring tussen 22 augustus 2023 en 6 september 2023 en de vraag of eiser recht heeft op schadevergoeding wegens onrechtmatigheid. Eiser stelde dat er geen reëel zicht was op uitzetting naar Duitsland, Spanje of Algerije en dat de maatregel daarom opgeheven had moeten worden. Tevens voerde hij aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht een second opinion aan de Spaanse autoriteiten heeft gevraagd na afwijzing van het claimverzoek, omdat er nog concrete aanknopingspunten waren dat de Dublinverordening van toepassing was. De termijn van vijf dagen tussen de Duitse afwijzing en het verzoek om second opinion was niet onredelijk. De bewaring was niet onrechtmatig en het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.