ECLI:NL:RBDHA:2023:15959
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en verzoek schadevergoeding in vreemdelingenrecht
Eiser, van Libische nationaliteit, is sinds 3 augustus 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetst de rechtmatigheid van de bewaring vanaf 15 september 2023, het moment van sluiting van het onderzoek in het laatste vervolgberoep.
Eiser betoogt dat een lichter middel passend was omdat hij een adres in Stadskanaal heeft waar hij traceerbaar is, en dat de bewaring onevenredig bezwarend is vanwege medische en psychische klachten. Ook stelt hij dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij zijn uitzetting. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend is, onder meer vanwege recente contacten met Tunesische autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser.
De rechtbank bevestigt eerdere uitspraken dat geen lichter middel passend is, mede gelet op het beëindigde asielproces en de medische situatie van eiser. Er is geen bewijs dat de bewaring onredelijk bezwarend is of dat eiser detentieongeschikt is. De medische zorg in het detentiecentrum wordt als toereikend beoordeeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.