Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2023:3569.
Mengesteab t.Duitsland).
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag omdat Nederland op grond van de Dublinverordening niet verantwoordelijk zou zijn, maar Bulgarije. Verweerder had een terugnameverzoek naar Bulgarije gestuurd, dat door Bulgarije werd geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat het terugnameverzoek te laat was omdat zijn vingerafdrukken niet tijdig waren afgenomen en dat hij het grondgebied van de EU drie maanden had verlaten, waardoor Bulgarije niet meer verantwoordelijk zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de vingerafdrukken weliswaar te laat waren afgenomen, maar het terugnameverzoek binnen de wettelijke termijn was ingediend. Ook was eiser onvoldoende in staat om aannemelijk te maken dat hij drie maanden buiten de EU verbleef.
Daarnaast stelde eiser dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing kon zijn vanwege het risico op pushbacks in Bulgarije. De rechtbank stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht werd toegepast, mede gelet op recente jurisprudentie en garanties van Bulgarije. Eiser had onvoldoende bewijs geleverd om het tegendeel aannemelijk te maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.