ECLI:NL:RBDHA:2023:1589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens gebruikelijke verblijfplaats Egypte en Koeweit
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar opvolgende asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank heeft bij tussenuitspraak geconstateerd dat het eerste besluit gebreken vertoonde, waarop de staatssecretaris een nieuw besluit heeft genomen. Dit tweede besluit wijst de aanvraag opnieuw af en beschouwt Egypte en Koeweit als gebruikelijke verblijfplaatsen van eiseres.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang, omdat het tweede besluit het eerste heeft vervangen zonder dat eiseres schade heeft gesteld. Ten aanzien van het tweede besluit concludeert de rechtbank dat de gebreken zijn hersteld en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Egypte of Koeweit vervolging of ernstige schade te vrezen heeft.
De rechtbank wijst erop dat eiseres wisselende verklaringen heeft gegeven over haar verblijf in Egypte, waardoor haar stelling dat zij niet langdurig in Egypte verbleef niet wordt gevolgd. Ook haar stelling dat zij niet meer tot Koeweit wordt toegelaten is onvoldoende onderbouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit is ongegrond verklaard met een proceskostenveroordeling van €1.674.