ECLI:NL:RBDHA:2023:15816
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht aan België op grond van Dublinverordening wegens ontbreken reëel risico op schending artikel 4 Handvest
Eisers, een gezin bestaande uit vader, moeder, twee minderjarige kinderen en de moeder van eiser, hebben in Nederland asielaanvragen ingediend. Verweerder heeft deze niet inhoudelijk behandeld en wil hen op grond van Dublinclaimakkoorden overdragen aan België, waar zij eerder asielaanvragen indienden.
Eisers vorderen dat de overdracht wordt verboden vanwege berichten over een tekort aan opvangplaatsen in België en de vrees om in een situatie te geraken die strijdig is met artikel 4 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. De rechtbank overweegt dat eisers als kwetsbaar gezin met voorrang opvang zullen ontvangen in België en dat geen reëel en voorzienbaar risico bestaat op een dergelijke strijdige situatie.
De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en niet verplicht is de asielaanvragen inhoudelijk te behandelen. Eisers hebben onvoldoende omstandigheden aangevoerd om het verzoek tot inhoudelijke behandeling te onderbouwen. De rechtbank ziet geen aanleiding om verweerder op te dragen garanties te vragen aan de Belgische autoriteiten, die bovendien hebben aangegeven dergelijke garanties niet te verstrekken.
De rechtbank wijst ook een proceskostenveroordeling af en informeert eisers over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen de daarvoor gestelde termijn.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en staat de overdracht van eisers aan België toe omdat geen reëel risico bestaat op schending van artikel 4 Handvest.