Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is sinds 9 juni 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 6 oktober 2023.
De rechtbank heeft overwogen dat de maatregel van bewaring tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was en dat het voortduren sinds 24 augustus 2023 eveneens gerechtvaardigd is. Eiser stelde dat stukken ontbreken en dat de overheid onvoldoende voortvarend handelde, maar de rechtbank oordeelde dat de maatregel duidelijk is opgelegd en dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld, mede omdat eiser zelf aangaf een procedure voor uitstel van vertrek te willen starten.
Eiser voerde ook medische omstandigheden aan (Colitis ulcerosa) als reden voor een lichter middel, maar de rechtbank vond dat de medische zorg in detentie vergelijkbaar is met de vrije maatschappij en dat het voortduren van de maatregel niet onevenredig is. Verzoek tot heropening van het onderzoek werd afgewezen omdat de nieuwe omstandigheden na sluiting van het onderzoek zijn ontstaan.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.