Beoordeling door de rechtbank
Wat heeft eiser verzocht?
2. Eiser heeft verzocht om informatie over besluiten en uitlatingen van het kabinet en ministers over het aantal aanwezigen in kerkelijke gebouwen over de periode van 1 januari 2020 tot en met 14 april 2020.
Wat heeft verweerder besloten?
3. Verweerder heeft het verzoek van eiser gehonoreerd en een groot aantal documenten verstrekt. Persoonsgegevens en conceptversies zijn niet openbaar gemaakt. Daarnaast is informatie die de internationale betrekkingen van Nederland zou kunnen schaden niet openbaar gemaakt, waaronder voorbereidingsdocumenten voor internationale- en bilaterale overleggen. Tot slot is informatie waarbij de economische of financiële belangen van de Staat in het geding zijn geweigerd.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser stelt in de kern dat het redelijkerwijs niet mogelijk is dat verweerder niet over meer documenten beschikt dan hij heeft verstrekt. Daarnaast heeft verweerder de reikwijdte van zijn verzoek te beperkt opgevat en een onvolledige zoekslag verricht. Tot slot heeft verweerder ten onrechte de conceptdocumenten niet openbaar gemaakt.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank overweegt dat tussen het primaire besluit en het bestreden besluit de Wet open overheid (Woo) in werking is getreden en de Wob is ingetrokken, waarbij niet is voorzien in overgangsrecht. Dat betekent dat de Woo op het bestreden besluit van toepassing is.
6. De rechtbank stelt vast dat eiser zijn gronden in het beroepschrift zeer uitvoerig uiteen heeft gezet. Uit de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat de rechtbank in haar uitspraak niet op alle aangevoerde argumenten afzonderlijk in hoeft te gaan. De rechtbank moet wel alle argumenten bezien, maar mag zich in de uitspraak beperken tot de kern van de door eiser naar voren gebrachte gronden.
Reikwijdte openbaarmakingsverzoek
7. Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat bij de bepaling van de reikwijdte van een Woo-verzoek de gebruikte bewoordingen en de context waarin het verzoek wordt gedaan moeten worden betrokken. Uitbreiding of aanvulling van een Woo-verzoek in de bezwaarfase verdraagt zich niet met het wettelijk stelsel, waarbij een bestuursorgaan een besluit op een Woo-verzoek neemt en een eventueel gemaakt bezwaar nog steeds op het oorspronkelijke verzoek betrekking heeft.
8. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat verweerder zijn verzoek te beperkt heeft opgevat. Eiser heeft in dit kader aangevoerd dat verweerder heeft miskend dat zijn verzoek mede betrekking had op besluiten en uitlatingen over zingen in kerkelijke gebouwen en ventilatie van kerkelijke gebouwen. Deze onderwerpen heeft eiser echter niet genoemd in zijn Woo-verzoek, maar voor het eerst in de bezwaarprocedure aangedragen. Verweerder mocht deze onderwerpen buiten beschouwing laten.
9. De rechtbank overweegt verder dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt is om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust.
10. De stelling van verweerder dat hij niet over meer stukken beschikt dan hij heeft verstrekt, komt de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. Verweerder heeft, naar aanleiding van diverse Wob-verzoeken met een soortgelijke strekking als dat van eiser, een geautomatiseerde zoekslag verricht in de e-mailboxen, de digitale gegevensdragers en het documentmanagementsysteem van zowel het ministerie als het RIVM. Met betrekking tot specifiek het Wob-verzoek van eiser heeft verweerder een zoekslag verricht in de e-mailboxen van de leden van de managementteams en hun superieuren, waarbij de termen ‘kerk, kerken, kapel, kapellen, kathedraal, kathedralen, kerkgebouw en kerkgebouwen’ in samenhang met de termen ‘aanwezigen, aanwezige, gast, gasten, kerkganger, kerkgangers, bezoeker of bezoekers’ zijn gehanteerd. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat verweerder ook e-mailboxen van andere ambtenaren had moeten doorzoeken, omdat het verzoek van eiser betrekking heeft op besluiten en uitlatingen en voldoende aannemelijk is dat een zoekslag onder managers en superieuren hier een volledig inzicht in geeft. De rechtbank volgt eiser evenmin in zijn betoog dat verweerder de privé-emailboxen van de heer De Jonge en de heer Van Dissel had moeten doorzoeken, omdat deze e-mailboxen niet onder een bestuursorgaan berusten.
11. Eiser heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen waaruit kan worden afgeleid dat een bepaald document, ondanks de uitkomsten van het onderzoek van verweerder, toch onder verweerder moet berusten.
12. De rechtbank overweegt dat in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie wordt verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Het interne karakter van een stuk wordt bepaald door het oogmerk waarmee het is opgesteld. Degene die het document heeft opgesteld, moet de bedoeling hebben gehad dat dit zou dienen voor hemzelf of voor het gebruik voor anderen binnen de overheid. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter.Feiten kunnen desondanks zodanig met persoonlijke beleidsopvattingen zijn verweven dat het niet mogelijk is deze te scheiden.
13. De rechtbank heeft kennisgenomen van de door verweerder vertrouwelijk overgelegde documenten.Deze documenten zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad en bestaan vrijwel geheel uit persoonlijke beleidsopvattingen. Verweerder hoefde deze documenten daarom niet te verstrekken. Het betoog van eiser slaagt niet.
14. Het beroep is ongegrond. Verweerder hoeft de kosten die eiser heeft gemaakt voor deze procedure niet te vergoeden.