ECLI:NL:RBDHA:2023:15537
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft op 23 september 2022 een asielaanvraag ingediend. Volgens de Vreemdelingenwet moet de staatssecretaris binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote instroom van aanvragen. De wettelijke beslistermijn zou oorspronkelijk op 23 maart 2023 eindigen.
Eiser stelde de staatssecretaris op 4 april 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 20 april 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank oordeelt dat met de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 de beslistermijn voor asielaanvragen die op 27 september 2022 nog openstonden met negen maanden is verlengd. Dit betekent dat de beslistermijn voor eiser pas op 23 december 2023 eindigt. De rechtbank volgt een eerdere uitspraak waarin deze verlenging rechtsgeldig werd bevonden.
Omdat de ingebrekestelling van 4 april 2023 prematuur was, voldoet het beroep niet aan de vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.