Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam 1], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers, een alleenstaande vrouw en haar meerderjarige zoon met de Pakistaanse nationaliteit, dienden asielaanvragen in Nederland in. De staatssecretaris nam deze niet in behandeling omdat België op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor hun asielaanvragen. Eisers voerden aan dat België kampt met systematische opvangtekorten, vooral voor alleenstaande meerderjarige mannen, en dat zij daardoor geen opvang zullen ontvangen. Tevens stelden zij dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat hoewel België in beginsel verantwoordelijk is, het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden aangenomen vanwege het reële risico dat eiser (de zoon) bij overdracht in een situatie van ernstige materiële deprivatie terechtkomt, wat in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU. Voor de moeder, die tot een kwetsbare groep behoort en recht heeft op directe opvang, was het onzeker of zij als gezin met haar zoon zou worden behandeld, wat ook onvoldoende is gemotiveerd door de staatssecretaris.
De rechtbank kwalificeerde eisers als gezin en benadrukte dat zij bij elkaar moeten kunnen blijven. Omdat de staatssecretaris onvoldoende kon garanderen dat zij als gezin worden behandeld en opvang krijgen, werden de beroepen gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en werd de staatssecretaris opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Tevens werden de proceskosten aan eisers toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten en draagt op nieuwe besluiten te nemen wegens onvoldoende opvanggarantie in België en risico op schending mensenrechten.