ECLI:NL:RBDHA:2023:15295
Rechtbank Den Haag
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Eiser diende op 11 januari 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris stelde de beslistermijn op grond van de Vreemdelingenwet 2000 eenmaal met negen maanden verlengd, waardoor de uiterste beslisdatum op 11 april 2023 viel. Deze termijn werd echter overschreden. Eiser stelde de staatssecretaris op 15 mei 2023 in gebreke en diende op 5 juni 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank wijst op de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, waarbij bestuurlijke dwangsommen zijn uitgesloten, maar rechterlijke dwangsommen wel mogelijk zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bepaald dat de uitsluiting van rechterlijke dwangsommen in strijd is met Unierecht, waardoor de rechter een dwangsom kan opleggen.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen vier weken na het gehoor op 13 oktober 2023 een besluit moet nemen. Tevens legt zij een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij verdere overschrijding. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser à €418,50. De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke termijn in asielprocedures conform het Unierecht en de Procedurerichtlijn.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen vier weken na het gehoor een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.