ECLI:NL:RBDHA:2023:15195
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit gericht op vertrek naar Senegal
Eiser, met Senegalese nationaliteit, kreeg op 4 februari 2023 een terugkeerbesluit opgelegd om binnen 28 dagen Nederland te verlaten en terug te keren naar Senegal. Dit besluit volgde op een gehoor waarin zijn verblijfsrecht werd onderzocht. Eiser stelde dat hij rechtmatig in Portugal verbleef vanwege een lopende aanvraag voor een verblijfsvergunning en dat zijn relatie met een Nederlandse partner, die psychische problemen heeft, het gezinsleven in Nederland noodzakelijk maakt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat eiser geen rechtmatig verblijf had in Nederland of Portugal op het moment van het terugkeerbesluit. Eiser had geen bewijs overgelegd dat zijn verblijfsrecht in Portugal aantoonde en de aanvraag in Nederland was pas na het besluit ingediend. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat het gezinsleven buiten de EU niet mogelijk is en de psychische problemen van de partner niet direct aan eiser zijn toe te rekenen.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals het afzien van een inreisverbod en het verlenen van een vertrektermijn van 28 dagen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft van kracht.