ECLI:NL:RBDHA:2023:15173

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2023
Publicatiedatum
9 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.1915
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:57 AwbWBV 2022/22
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur indienen bij niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 17 juni 2022. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiser stelde een ingebrekestelling op om binnen twee weken alsnog een besluit te verkrijgen, waarna hij beroep instelde wegens het uitblijven van een beslissing.

De rechtbank overweegt dat sinds 27 september 2022 het besluit WBV 2022/22 van kracht is, dat de beslistermijn voor asielaanvragen die nog niet verstreken waren op die datum met negen maanden verlengt. De aanvraag van eiser valt onder dit besluit, waardoor de beslistermijn nog niet was verstreken toen de ingebrekestelling werd ingediend.

Hierdoor is het beroep prematuur en niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor beroep bij niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld en de beslissing in het openbaar uitgesproken op 7 april 2023.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was door verlengde beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.1915
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J-A. Nijland),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 17 juni 2022 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Sinds 27 september 2022 is het besluit met kenmerk WBV 2022/22 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die op 27 september 2022 nog niet waren verstreken met negen maanden zijn verlengd. Dit geldt ook voor asielaanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2023. De asielaanvraag van eiser valt onder het toepassingsbereik van dit besluit. De beslistermijn in zijn zaak is dus met negen maanden verlengd
.De termijn om te beslissen op zijn aanvraag was daarom nog niet verstreken toen hij de ingebrekestelling indiende bij verweerder. De ingebrekestelling is
1. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.
daarmee prematuur. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. De beroepsgronden slagen niet.4
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. O.G. Hulsman, griffier.
4 Zie de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4223.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
07 april 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.