Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiseres, V-nummer: [Nummer]
[Naam 2]en
[Naam 3]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, Iraanse nationaliteit, diende samen met haar gezin een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, aangezien eiseres in het bezit was van een Schengenvisum afgegeven door Frankrijk. Eiseres betwistte dit besluit en voerde onder meer aan dat Nederland door het tijdsverloop gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt verantwoordelijk te zijn, dat zij niet correct was gehoord met een registertolk, en dat de medische situatie van haar echtgenoot een uitzondering rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat het besluit binnen de geldende termijnen was genomen en dat het gebruik van een niet-registertolk gerechtvaardigd was vanwege spoed, waarbij eiseres de tolk goed kon verstaan. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel werd bevestigd, waarbij eiseres niet aannemelijk maakte dat Frankrijk niet adequaat zou zorgen voor haar gezin. De medische omstandigheden van de echtgenoot boden onvoldoende grond om het besluit onverplicht aan zich te trekken.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de minderjarige kinderen in eerste instantie is om bij de ouders te verblijven en dat Frankrijk dit belang zal respecteren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-in-behandeling-neming van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.