Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam],
hierna te noemen: eiser
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Spanje als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en het verzoek tot overname door Spanje is aanvaard.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer toepasbaar is vanwege signalen over pushbacks en tekortkomingen in de Spaanse opvang, onder meer ondersteund door een lopende inbreukprocedure van de Europese Commissie en het AIDA-rapport. Hij stelde dat garanties of nadere vragen aan Spanje hadden moeten worden gesteld.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel geldt en dat eiser onvoldoende individuele aanwijzingen heeft gegeven om dit te betwijfelen. De eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ondersteunen dit standpunt. De lopende inbreukprocedure tegen Spanje is nog pril en vormt geen bewijs van structurele tekortkomingen. De rechtbank zag geen reden om prejudiciële vragen af te wachten.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter D.M. Schuiling en openbaar gemaakt op Rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.