ECLI:NL:RBDHA:2023:14886
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediend
Eiser heeft op 11 september 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De staatssecretaris moest op grond van artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote instroom van aanvragen. De beslistermijn zou oorspronkelijk op 11 maart 2023 eindigen, maar is rechtsgeldig verlengd tot 11 december 2023.
Eiser stelde de staatssecretaris op 24 maart 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 11 april 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, en openbaar gemaakt op 4 oktober 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.