ECLI:NL:RBDHA:2023:148
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking asielvergunning en afwijzing schadevergoeding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 december 2020 waarbij zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met terugwerkende kracht werd ingetrokken, zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd werd afgewezen en een inreisverbod werd opgelegd. Tevens werd de verblijfsvergunning van zijn minderjarige kind ingetrokken. De rechtbank heeft het beroep eerder gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna de Raad van State het hoger beroep van verweerder gegrond verklaarde en de zaak terug verwees.
Na terugverwijzing heeft verweerder de intrekking van de vergunningen en het terugkeerbesluit ongedaan gemaakt en een asielvergunning voor onbepaalde tijd verstrekt. Eiser handhaaft het beroep echter met het argument dat het herstel van zijn verblijfsrecht nog niet in een besluit is vastgelegd en dat hij en zijn kind schade hebben geleden door onrechtmatig handelen.
De rechtbank oordeelt dat het herstel van het verblijfsrecht inmiddels bij besluit is geregeld en dat eiser en zijn kind daardoor geen procesbelang meer hebben bij het beroep, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.