ECLI:NL:RBDHA:2023:147
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag en later tegen het niet verbeuren van bestuurlijke dwangsommen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen is komen te vervallen door de inwilliging van de asielaanvraag.
De kern van het geschil betreft de vraag of bestuurlijke dwangsommen kunnen worden opgelegd bij besluiten op asielaanvragen. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van de relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uit voor asielaanvragen. Eiser beroept zich op eerdere uitspraken die deze uitsluiting onverbindend achten wegens strijd met Unierechtelijke beginselen.
De rechtbank volgt echter de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die heeft geoordeeld dat de Tijdelijke wet niet in strijd is met het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel van het Unierecht. Hierdoor ontbreekt het procesbelang van eiser bij het beroep tegen het niet verbeuren van bestuurlijke dwangsommen.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van €418,50 wegens het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag. Het beroep tegen het alsnog genomen besluit is ten overvloede ingediend en eveneens niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet verbeuren van bestuurlijke dwangsommen is niet-ontvankelijk verklaard en verweerder is veroordeeld in de proceskosten.