ECLI:NL:RBDHA:2023:14695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening uitwonendenbeurs wegens feitelijke niet-woonachting op BRP-adres bevestigd
Eiseres was vanaf 9 september 2019 ingeschreven op een BRP-adres bij haar broer en ontving studiefinanciering als uitwonende studente. Tijdens een huisbezoek op 14 februari 2022 concludeerden controleurs dat zij niet op dat adres woonde, mede omdat er geen bed aanwezig was en zij elders verbleef vanwege een verbouwing.
Eiseres voerde aan dat zij sinds de start van haar studie bij haar broer woonde en slechts tijdelijk elders verbleef. Zij stelde een mondelinge huurovereenkomst te hebben en betaalde een vergoeding. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres niet voldeed aan de woonverplichting en dat eiseres onvoldoende objectief bewijs leverde dat zij eerder wel op het BRP-adres woonde.
De rechtbank verwierp het beroep op nader onderzoek en de hardheidsclausule, omdat eiseres zelf verantwoordelijk is voor correcte inschrijving in de BRP. De herziening van de beurs per 1 oktober 2019 is dan ook terecht. Het beroep is ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening van de uitwonendenbeurs per 1 oktober 2019.