ECLI:NL:CRVB:2022:2443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellant stond ingeschreven op een BRP-adres en ontving studiefinanciering als uitwonende student. Op 1 oktober 2020 voerden controleurs een huisbezoek uit op dat adres en stelden vast dat appellant daar niet woonde. De minister herzag daarop de studiefinanciering met terugwerkende kracht en vorderde een bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, waarbij het huisbezoek en de verklaringen van bewoners als betrouwbaar werden beschouwd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat de rechtbank onvoldoende waarde hechtte aan zijn bewijsstukken.
De Raad oordeelt dat de verklaring van de bewoner tijdens het huisbezoek voldoende feitelijke grondslag biedt en dat het wettelijk vermoeden van niet-wonen op het BRP-adres niet is weerlegd door appellant. De door appellant overgelegde verklaringen en overboekingsbewijzen zijn onvoldoende overtuigend om het vermoeden te doorbreken.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; herziening en terugvordering studiefinanciering bevestigd.