ECLI:NL:RBDHA:2023:146
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag en bestuurlijke dwangsommen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 september 2021. Na het instellen van het eerste beroep heeft de staatssecretaris de asielaanvraag ingewilligd en een vergunning verleend met een geldigheidsduur van vijf jaar. Eiser stelde daarop een tweede beroep in, mede vanwege onduidelijkheid over de geldigheidsduur en de vraag of bestuurlijke dwangsommen waren verbeurd.
De rechtbank overweegt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag door het verlenen van de vergunning zijn doel heeft verloren, zodat het procesbelang ontbreekt. Daarnaast kan op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND geen beroep worden gedaan op bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen, ondanks eerdere uitspraken die dit betwistten. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft echter geoordeeld dat deze wet niet in strijd is met het Unierecht.
De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Wel veroordeelt zij de staatssecretaris in de proceskosten van €418,50 vanwege het instellen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 5 januari 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.