Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[naam] , opposante,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag. De rechtbank heeft dit beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend. Hiertegen stelde opposante verzet in.
De rechtbank beoordeelt in deze verzetzaak uitsluitend of het eerdere oordeel terecht was dat het beroep buiten redelijke twijfel niet-ontvankelijk was. Opposante voerde aan dat er twijfel bestond vanwege verschillen in rechtspraak over de toepassing van WBV 2022/22 en het ontbreken van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelt dat de eerdere uitspraak juist was, mede gelet op eerdere uitspraken van dezelfde zittingsplaats waarin werd vastgesteld dat de situatie van artikel 42, vierde lid, onder b van de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing was. Het verzet wordt ongegrond verklaard en de buiten-zittinguitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.