Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
,
,
,
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft verzoeken tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij hun vader en een verzoek van de moeder tot het treffen van een voorlopige voorziening voor contact met de kinderen onder begeleiding.
De kinderrechter constateert dat de kinderen bij de vader rust en stabiliteit ervaren en vooruitgang boeken, terwijl de moeder niet meewerkt aan bezoekmomenten en hulpverlening. De gecertificeerde instelling en vader ondersteunen de verlenging van de uithuisplaatsing. De moeder verzet zich hiertegen en verzoekt om een voorlopige contactregeling met een andere hulpverlenende instantie.
De rechter oordeelt dat de gronden voor uithuisplaatsing blijven bestaan en verlengt de machtiging tot mei 2024. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat onvoldoende is onderbouwd dat de voorgestelde nieuwe begeleider direct kan starten en omdat de huidige begeleiders nog steeds beschikbaar zijn en een vertrouwensband met de kinderen hebben. De moeder wordt dringend verzocht de begeleide bezoeken te hervatten.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 12 mei 2024 en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.