In deze zaak heeft eiseres, een Syrische vrouw, op 29 augustus 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om als gezinslid bij haar referent in Nederland te kunnen verblijven. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, wat heeft geleid tot een ingebrekestelling door eiseres op 10 maart 2023. Eiseres heeft vervolgens op 28 maart 2023 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit. De staatssecretaris heeft op 11 april 2023 een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de staatssecretaris de wettelijke beslistermijn van 90 dagen heeft overschreden en dat eiseres rechtsgeldig in gebreke is gesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat de staatssecretaris binnen acht weken na de uitspraak een beslissing op de aanvraag moet nemen, tenzij er nader onderzoek nodig is, in welk geval de termijn verlengd wordt tot zestien weken. Tevens is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500,-.
De rechtbank heeft ook de hoogte van de verbeurde dwangsom vastgesteld op € 1.442,-, omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken sinds de aanvraag. Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van eiseres, die zijn vastgesteld op € 418,50, en het griffierecht van € 184,-. De uitspraak is gedaan door mr. J. Boerlage-van den Bosch en openbaar gemaakt op 21 september 2023.