ECLI:NL:RBDHA:2023:13840
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op asielaanvraag leidt tot gegrond beroep en dwangsom
Eiser diende op 2 maart 2022 een asielaanvraag in. De staatssecretaris verlengde de beslistermijn op grond van de Vreemdelingenwet 2000 met negen maanden, maar een tweede verlenging met nogmaals negen maanden was niet rechtsgeldig. Hierdoor had uiterlijk op 2 juni 2023 een besluit genomen moeten worden. Dit gebeurde niet, waarna eiser op 13 juni 2023 de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke stelde en op 3 juli 2023 beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is verstreken zonder besluit. De niet tijdig genomen beslissing wordt vernietigd. De rechtbank legt een termijn van acht weken voor het houden van een eerste gehoor en nogmaals acht weken voor het nemen van een besluit. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 voor het geval de staatssecretaris niet tijdig beslist.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige en zorgvuldige besluitvorming in asielzaken en sluit aan bij jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris krijgt een dwangsom opgelegd voor elke dag vertraging.