De rechtbank Den Haag heeft op 25 augustus 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen een terugkeerbesluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het besluit vermeldde Suriname als het land waarnaar eiser moet terugkeren. Eiser betoogde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom Suriname als land van terugkeer werd aangewezen, mede omdat Surinaamse autoriteiten eerder weigerden een reisdocument af te geven.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit inderdaad een motiveringsgebrek vertoonde doordat de staatssecretaris niet had toegelicht waarom Suriname was gekozen. Echter, tijdens de zitting en in het verweerschrift gaf de staatssecretaris alsnog concrete indicaties, zoals de taalvaardigheid van eiser, de Surinaamse achternaam van zijn moeder en familiebanden, die het aannemelijk maken dat Suriname het land van herkomst is.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege het motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de nadere motivering voldoende was. Tevens werd eiser een proceskostenvergoeding van €837 toegekend. De uitspraak biedt duidelijkheid over de vereisten voor motivering in terugkeerbesluiten en de mogelijkheid om rechtsgevolgen ondanks vernietiging te handhaven.