Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft op 4 augustus 2023 de zaak behandeld samen met een gerelateerde zaak, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Nederland een verzoek tot terugname aan Duitsland heeft gedaan dat is geaccepteerd. Eiser stelde dat de belangen van zijn twee minderjarige neefjes onvoldoende zijn meegewogen, omdat hij feitelijk voor hen zorgt en hun belangen een onverplichte aanname van de aanvraag rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris de belangen van de neefjes wel degelijk heeft meegewogen conform het beleid (IB 2022/77). De rechtbank vindt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de overdracht aan Duitsland onevenredige hardheid oplevert, mede omdat gezinshereniging mogelijk is en medische onderbouwing van negatieve gevolgen ontbreekt. Ook is het standpunt van de neefjes betrokken in het besluit, en de rechtbank acht het niet noodzakelijk om een apart plan van aanpak voor de neefjes te eisen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het besluit blijft staan en de staatssecretaris eiser aan Duitsland mag overdragen. De proceskosten worden niet vergoed.