ECLI:NL:RBDHA:2023:13385
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel vreemdeling met minderjarige kinderen
Eiseres, een vreemdeling van Nigeriaanse nationaliteit, is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, waarbij zij met haar minderjarige kinderen in een gezinslocatie moet verblijven. Dit besluit is genomen omdat eiseres niet vrijwillig Nederland heeft verlaten, onvoldoende meewerkt aan het vaststellen van haar identiteit en nationaliteit, geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en niet over voldoende middelen van bestaan beschikt.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen deze maatregel en verzocht om terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie. Zij stelt dat de maatregel onvoldoende is gemotiveerd, dat niet is aangetoond waarom zij geen voldoende middelen heeft, en dat de maatregel leidt tot stress door een dagelijkse meldplicht. Daarnaast wijst zij erop dat haar kinderen in de reguliere opvang naar school gingen.
De rechtbank overweegt dat eiseres wel degelijk procesbelang heeft omdat zij wil dat de dagelijkse meldplicht vervalt. De rechtbank oordeelt dat de maatregel niet onrechtmatig is omdat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat de openbare orde dit vordert, gezien het niet voldoen aan de vertrekplicht, het gebrek aan medewerking en het ontbreken van een alternatieve opvangplek. Het ontbreken van een formeel besluit over het einde van de reguliere opvang doet hieraan niet af. De rechtbank concludeert dat een lichter middel niet volstaat en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard omdat de maatregel niet onrechtmatig is en geen lichter middel mogelijk is.