ECLI:NL:RBDHA:2023:13299
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser diende op 21 november 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn stelde eiser de staatssecretaris op 24 februari 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 13 maart 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat Nederland op 23 augustus 2022 verantwoordelijk werd voor de behandeling van de aanvraag, waarmee de beslistermijn van zes maanden aanving en oorspronkelijk zou verstrijken op 23 februari 2023. Echter is deze termijn rechtsgeldig met negen maanden verlengd door de staatssecretaris op grond van het WBV 2022/22.
Hierdoor was de ingebrekestelling van 24 februari 2023 prematuur en voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. De rechtbank verklaart het beroep dan ook niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.