ECLI:NL:RBDHA:2023:13296
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser diende op 11 augustus 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag op 30 augustus 2022 niet-ontvankelijk, waarna eiser op 7 september 2022 beroep instelde. Dit besluit werd op 21 december 2022 ingetrokken met de toezegging dat een nieuw besluit zou volgen.
Eiser stelde de staatssecretaris op 15 februari 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en stelde vervolgens op 8 maart 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De staatssecretaris diende geen verweerschrift in.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 de beslistermijn zes maanden bedraagt, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote toestroom van vreemdelingen. Door de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 is de beslistermijn voor asielaanvragen die nog niet waren beslist op 27 september 2022 met negen maanden verlengd. De rechtbank volgt het eerdere oordeel dat deze verlenging rechtsgeldig is.
Daarom was de ingebrekestelling van eiser prematuur en voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb. Het beroep wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.