ECLI:NL:RBDHA:2023:13137
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser diende op 30 augustus 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in. De staatssecretaris moest op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden een besluit nemen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote toestroom van aanvragen. De staatssecretaris verlengde de beslistermijn rechtsgeldig vanwege de situatie op het moment van inwerkingtreding van WBV 2022/22.
Eiser stelde de staatssecretaris bij brief van 27 maart 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 12 april 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en de griffier S. Derks op 4 september 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.